|
INSTELLINGEN
Via het menu "Bestand, Instellingen zijn er veel mogelijkheden om het
programma naar uw wensen in te stellen. De meeste spreken voor zich, maar de
belangrijkste functies nemen we toch maar even door.
 |
Eenheden: standaard nautische mijl = 1852 m;
Track: geeft aan hoe vaak een trackpunt bij het plotten wordt
opgeslagen;
Logboek: idem bij het automatisch bijhouden van een logboek:
Coördinatenstelsel: staat standaard op graden, minuten,
decimalen zoals ook de 1800 kaarten.
Kaart of geodetische datum: staat standaard op WGS 84, de kaartdatum van
1800 kaarten en ook van de meeste topografische kaarten.
U kunt de werkbalk in of uit schakelen.
|
 |
|
Welke boeien u wilt zien bepaalt u in dit scherm.
|
|

|
|
Voor de communicatie met de GPS. Meestal zal Com1 gebruikt worden.
Bij het werken met een USB GPS ontvanger zal de muis
hoogstwaarschijnlijk op com3 of com4 staan. U kunt dat nagaan via het
configuratiescherm.
|
 |
|
In dit scherm kunt u instellen wat u wilt zien op de kaart;
Het bovenste deel heeft betrekking op het
plotten;
Bij tracken en routes kunt u de lijndikte en kleur aangeven
|
 |
Het rechtergedeelte heeft te maken met de kaartovergangen bij het
plotten. Standaard staat beste resolutie aan. Het programma kiest dan de
kaart met de kleinste schaal.
Als u alleen 1800 karten wilt zien kiest u voor prioriteit
en zet met de pijltjes de 1800 kaarten bovenaan |
|
|
|
|
|